station_tharde‘t HARDE – De fietsenstalling van station ’t Harde is onlangs uitgebreid en daardoor is er extra plaats voor 144 fietsen. De gemeente Elburg heeft hiervoor aan ProRail € 10.000,- subsidie verleend. Volgens wethouder Henk Wessel (AB) is de gemeente gebaat bij een goede voorziening, opdat de inwoners sneller op de fiets naar de trein gaan, in plaats van met de auto.Wethouder Henk Wessel geeft aan waarom de uitbreiding belangrijk is: “Als gemeente Elburg dragen we het openbaar vervoer een warm hart toe. Het beperkt immers de hoeveelheid autokilometers op de langere afstand. Dat warme hart dragen we ook de fiets toe. Die beperkt immers het aantal autokilometers op de kortere afstand. Wat is er nu mooier dan beide doelen tegelijk te dienen: zorgen voor voldoende mogelijkheden om de fiets comfortabel te kunnen stallen bij het station. Volgens de deskundigen is er nu voor de komende 10 jaar voldoende plek.”

De route naar het station krijgt de komende periode de nodige aandacht. “Als gemeente Elburg hebben we ons bij de provinciale plannen voor de Eperweg ingespannen voor de verbetering van de fiets- en voetverbindingen naar het station. Aan de oostkant komt er daarom zelfs een apart trottoir.”

Voor automobilisten heeft Henk Wessel een duidelijke boodschap: “Station ’t Harde ligt op fietsafstand van al onze kernen. Er is dus geen noodzaak om met de auto naar het station te gaan. Bovendien zorgt dat niet voor vermindering van het autoverkeer in onze kernen.”

Wel staat uitbreiding van het openbaar vervoer tussen het station en de rest van de gemeente op het wensenlijstje. Henk Wessel: “Laten we niet vergeten dat we al een prachtige buurtbus hebben tussen Elburg, Hoge Enk en ’t Harde. Maar de gemeente Elburg wil graag beschikken over een rechtstreekse halfuursdienst tussen Elburg en ’t Harde. Verder zien we ook graag een verbinding zonder overstappen gerealiseerd tussen Doornspijk, de Hoge Enk en ’t Harde. De gemeente en het buurtbuscomité zijn daarover met elkaar in gesprek. Maar het zijn uiteindelijk busmaatschappij Syntus en de provincie Gelderland die daarover beslissen.”